Meer en meer bekruipt mij het gevoel om te gaan vliegvissen op forel. De laatst tijd bekijk ik veel video’s en lees er ook veel over. In mijn vakanties kijk ik altijd naar mannen en vrouwen die met hun vliegvishengel forellen spotten en subtiel aan de haak weten te slaan. Een haak die gecamoufleerd is door een, vaak zelf, gemaakt insect. Meer en meer raak ik in de ban van het vliegvissen. Een artikel in een blad zette een en ander in een stroomversnelling. Hier mijn bewerkte versie van “Een stil avontuur”.

Je voelt de stroom trekken aan je kuiten en het rustgevend geruis van het water is het enige dat je hoort. Je ogen zijn gericht op de ene plek, je hebt je doel bepaald. De dunne lijn snijdt door de lucht en met een soepele beweging van de onderarm stuur je de kunstvlieg naar zijn doel. Dit is zo ongeveer het gevoel bij vliegvissen. Vliegvissen is een bijzondere ervaring en een spannende en avontuurlijke manier van vissen. De bakermat ligt in Engeland. Nederland heeft inmiddels veel enthousiaste vliegvissers en het worden er steeds meer. In Nederland kun je in De Geul en op het Oostvoornse Meer forel vangen in het wild. Bij ’t Mun in Appeltern hebben ze een mooie waterpartij voor het vliegvissen aangelegd. Dit met een lengte van vierhonderd meter. Een mooi verval en stromend water. Daarnaast kun je op veel forelvijvers met je vliegvishengel terecht.

Vliegvissen is een van de mooiste manieren om een vis te verleiden, maar het is niet eenvoudig. Je vist met een imitatie van een insect of insectenlarve. Aangezien deze kunstvliegen nagenoeg gewichtloos zijn, werp je eigenlijk met het gewicht van de vislijn. Je moet ver kunnen werpen met een lange en lichte hengel: een meter of tien vijftien. Dat is een subtiel techniek die de nodige oefening vereist, dus laat je niet verleiden om bijvoorbeeld een beek in te stappen en te gaan vliegvissen. Dat wordt een teleurstelling en je enthousiasme voor een prachtige sport krijgt een deuk. Met een of twee dagen oefenen met een goede instructeur ben je al een heel eind.

Het geheim van een goede worp zit voor een groot deel in de juiste timing. Ook het binnenhalen van je lijn – en daarmee het bewegen van je kunstvlieg – is een vak apart. En zelfs de wijze waarop je de vlieg aan de lijn bevestigt, draagt bij aan het slagen of falen van de missie. Het moet er levensecht uitzien en de vis is slim. Vliegvisaas werd vroeger voornamelijk van natuurlijke materialen als paardenhaar, veren en dons gemaakt. Tegenwoordig is het vervaardigd van synthetisch materiaal. Zo lijkt het nog echter. Afgelopen jaar was ik in Frankrijk en trof daar een top vliegvisser. Hij maakte al zijn vliegen zelf. Hij oefende zelfs op een wei. Hij zette dan een paar flessen neer en met akelige precisie zorgde hij dat de vlieg in de fles viel. Daar schijnen zelfs wedstrijden voor te zijn.

Vliegvissen is vooral een technisch spelletje. Je moet de vlieg zien en vooral weten wat jouw materiaal doet. Hoe breng ik mijn vlieg naar de forel zonder dat ik hem verjaag? Drijft mijn lijn of zinkt hij en hoe moet ik reageren als de forel hapt en hoe dril ik het beste een mooie forel? Ik heb het nu vaak gezien en meer en meer bekruipt mij het gevoel om het te gaan doen. Het lijkt mij een van de mooiste, maar ook moeilijkste ervaringen. Van de andere kant is het wel weer een uitbreiding van mijn techniek. Toch maar eens naar ’t Mun gaan en de forelrivier bezoeken.


Frans van den Broek

Lees hier de vele Tips & Trucs over het vliegvissen:
Vliegvissen Tips & Trucs >>

© Tekst / Fotografie: Frans van den Broek Chantal Hermkens / Redactie deforelvisser.com