Zonder mijzelf een plaatsje te geven in de lijst van columnisten die veinzen alsof ze overal verstand van hebben bega ik ook wel eens de fout -tegen beter weten in– mee te willen praten. Veel mensen zullen heus wel eens in een zelfde fout zijn gesprongen. Daarom durf ik het te wagen deze keer het (forel)vissen eens anders te benaderen. In de titel van het stukje schrijf ik reeds ten dele welke elementen mede een rol spelen. Van een wetenschappelijke verklaring kan natuurlijk geen sprake zijn. Denk bv maar eens aan de factor geluk. Die is totaal onbeheersbaar. Zonder die factor zal men niet of nauwelijks scoren. De vis blijft in de regel niet op dezelfde plaats azen. Hoe groter de plaats om te vissen is afgezet, des te onzuiverder wordt het vergelijk.

Ondanks het voorgaande besloten – na een paar borreltjes – enkele gerenommeerde forelvissers een experiment aan te gaan om op dezelfde manier te vissen. Gevist werd in ’t Mun. Hengel, molen en lijn waren vrij.

De rest moest uniform zijn zoals:
– aas uitsluitend meelworm
– een stukje bladlood
– dobber uitsluitend buldo (zelfde gewicht)
– forelonderlijntje (geen andere haken o.i.).

Na enig heen en weer gepraat werd akkoord gegeven. Dat was overigens niet spontaan. De visvrienden die altijd tot de besten behoorden waren van mening dat zij beperkt werden in hun mogelijkheden. Dat was nu juist net de bedoeling. Een beetje beteuterd moesten ze zich schikken naar de algemene regel. Dat hadden ze niet verwacht. Ze gingen ervan uit dat het een “eitje” zou zijn die amateurs te verslaan.

Op het eerste gezicht mag je aannemen dat de bewegingsmethode en geluk de bepalende factoren waren voor succes.
Welnu ik kan u zeggen dat de uitslag van de vangst verrassend was. Van de tien deelnemers kwam de top drie ( op een uitzondering na ) niet meer in beeld. Die uitzondering viste op een manier die de anderen niet kenden of nooit gebruikten. Deze meneer was op geen enkele wijze in een voordeelpositie gebracht. Wat wel opviel dat hij eerst begon met rustig te kijken en na verloop van een minuut of tien pas begon te vissen. Ook was het zo dat hij bij elke aanbeet direct sloeg. Vanzelfsprekend waren daar veel missers bij. Doch het aantal dat hij ving was ruimschoots groter dan dat van zijn vismaten.

Na twee keer wisselen werd het duidelijk dat een van de gerenommeerde vissers of meer geluk had dan de anderen of dat zijn manier van bewegen de vis beter aantrok. Om u een indruk te geven, hij ving 17 forellen en nummer twee had er “slechts” acht, waarvan een baars waar je U tegen zegt. Zeker mag ook niet uit het oog worden verloren dat het hier een zuivere recreant/mooi weer visser betrof.

Het nagesprek – overigens onder grote hilariteit – resulteerde in de conclusie dat de vismethode bepalend moet zijn geweest.
De winnaar had met de tremarella techniek gevist. Algemene opvatting was dat je dat eerst goed moet leren.

Wordt vervolgd … Lees hier deel 2 >>

© Joop P.L.van Kasteren/ Redactie deforelvisser.com