Zoals u bekend bestonden de forelvisvijvers jaren geleden in deze vorm nog niet. Een enkele vijver was er wel. Helaas dat de beheerder eigenlijk nog te weinig verstand had van de exploitatie van een dergelijke vijver. Het water was o.a. te ondiep, meestal bestond de bodem uit een leemlaag en verversing(zuivering) van het water was een uitzondering. Ook werden de visjes vaak te klein aangekocht. Twee van de gebroeders H. 6 gingen in die beginjaren wekelijks op forelvissen in Abcoude. Totdat de forelvijver werd omgezet in een recreatie waterplas. Eigenlijk zouden ze met z’n vijven gaan vissen doch een van de broers kwam voor die tijd helaas te overlijden.

Na sluiting van Abcoude trokken ze naar Polsbroek. De beheerder daar stopte er ook mee want die had te weinig tijd voor de forelvijver omdat hij ook een goede baan had bij de Campina. Na enig rondzwerven kwamen de resterende vier mannen bij de Berenkuil terecht. Dat was een regelrechte opsteker voor ze. Dit was wat anders als gewoon polderwater. Wat een ruimte!. Het water! Je kon zo maar een meter diep kijken. Heel goed bereikbaar. Wat wilde je nog meer.

Vanzelfsprekend keken ze goed om zich heen en hebben ook andere vijvers geprobeerd. Wellicht juist daardoor dat de Berenkuil hun thuisbasis werd. Dhr. W.Hamstra kon wel eens wat afhou-dend doen maar mevr. Hamstra was een en al gastvrijheid. Als het een dag erg slecht weer was geweest en er niets was gevangen gaf ze gerust een paar forelletjes mee. Dat bleef zo gedurende vele jaren. De tijd staat echter niet stil. De grondleggers van de Berenkuil trokken zich steeds meer terug en zoon Hendrik en z’n vrouw Esther zetten de exploitatie voort.

Zakelijke doelen kregen steeds meer de aandacht. Niet zo verwonderlijk want in die tussentijd was het restaurant verbouwd wat veel kosten met zich bracht. De vijvers bleven daarentegen goed onderhouden, de vis was in de regel mooi van maat en de smaak is goed tot heel goed. Helaas overleed toen Jan. Dat werd het keerpunt. Ko en Cor kwamen nog wel een enkele keer mee maar de gezondheid wilde niet meewerken.

Joop is de enige die vrijwel trouw wekelijks z’n hengeltje komt uitgooien. Desgevraagd komt er geen enkel negatief woord over de Berenkuil uit zijn mond. Hij deelt eigenlijk alleen maar complimenten uit. Ook omdat hij van Hinder, de kok, weleens een paar visjes meekrijgt. Met een lege tas –maar ook met een lege maag– dankzij de kookkunst van de kok keert hij bijna nooit huiswaarts. Dat vader en zoon Hamstra hem thuisbrachten toen hij “onwel” werd zal hij nooit vergeten.


Nu maar volhouden bij de Berenkuil Joop
Er valt nog zoveel te leren en te genieten.

© Joop P.L.van Kasteren/ Redactie deforelvisser.com