Dit stukje dat ik nu publiceer is biografisch.
Velen van jullie zullen zich nog herinneren dat het zo’n 55 jaar geleden voor de meesten van ons geen vetpot was. In die jaren ging mijn moeder wat extra werken bij een boer in de omgeving. Dan ging ik altijd logeren bij een oom en tante van mij. Zij woonden tegen de Landscheidingskade van het Amsterdamse bos. Water genoeg, dus vissen geblazen. Hele dagen kon je er zitten. Van vissen kwam niet zoveel.

Mijn oom had nog een mooie oude dunne bonenstaak. Dat moest kunnen vond hij. Een stukje visdraad (katoendraad) door een stukje kurk gestoken ging heel goed. Als lood kon je goed die zilveren doppen van een melkfles gebruiken. En als haak ging je als jochie in je omgeving bedelen of iemand iets wilde weggeven. Meestal was het zo een echte palinghaak.
Maar ja…. Als je die verspeeld had (in de struiken of zo) dan was het over met de pret. Je durfde die meneer niet een tweede keer een haak te vragen. Dus voor het gezicht blijven zitten………. Zonder haak ving je natuurlijk niets.

Komt mijn oom van zijn werk met de mededeling “naar huis eten geblazen”. Toen hij zag hoe ik zat te vissen had hij het ei van Columbus. He joh, doe er een veiligheidspeld aan. Hij had nog een paar van die dingen voor z’n lintjes van de brandweer. Afijn, na het eten de veiligheidspeld er aangeknoopt. Flinke worm eraan, zwaar tegen de grond aan vissen en ja hoor…. Een paling van jewelste had toegehapt en worm inclusief veiligheidspeld verzwolgen. Die aal moest natuurlijk mee naar huis. Dat was eten voor het gezin dat scheelde weer geld.


De straat wist het inmiddels al en dus er moesten toch maar haken komen. Waar ze vandaan kwamen weet ik echt niet meer. Wat ik nog wel zeker weet is dat ik daar naar de inloop van de Poel nog veel paling heb gevangen. .. Eerlijk gezegd wel met de normale palinghaak hoor.

© Joop P.L.van Kasteren/ Redactie deforelvisser.com