Maarten was een jochie van ongeveer zes jaar. Altijd als zijn moeder op familiebezoek ging in Kortenhoef mocht Maarten mee. De heer des huizes daar had als kleinwinkelier rond het middaguur even de tijd om naast het huis enkele visjes te vangen als voer voor de katten. Maarten ging mee, hij keek aandachtig hoe de visjes werden gevangen. Het leek hem ook wel wat.
De winkelier had nog een klein bamboehengeltje in het schuurtje. Zo’n ding met van die koperen bussen. Tuigjes waren er genoeg. Vierentwintighonderdste lijn en een ganzeveren pen. Voor het hengeltje waarvan inmiddels al een deeltje foetsie was waren ze lang genoeg. Toch kon Maarten voor zijn gevoel niet ver genoeg uitvissen.
Dus kroop hij in een van de bootjes die aan de oever lagen. Hij ving vis maar kreeg pas laat in de gaten dat het bootje zo lek was als een mandje. Gelukkig was het niet diep. Z’n moeder, afgaande op z’n geschreeuw kon hem uit het water vissen. Een flink plak slaag en een uitbrander waren het resultaat. Dat werd in de avond thuis door zijn vader nog eens dunnetjes overgedaan. Ik vroeg Maarten of hij niet meteen schoon genoeg had van het uitje naar Kortenhoef. Integendeel zo sprak hij, pa had blijkbaar toch wat te doen gehad met z’n zoon en had een nieuwe hengel voor hem gekocht. Alleen te gebruiken als er iemand bij was of nadat hij zwemmen had geleerd. Maarten deed zoals pa zei. Hij leerde heel snel zwemmen en mocht toen alleen gaan vissen.

Hij groeide op en werd een sportvisser van jewelste. Vele prijzen sleepte hij weg op wedstrijden.
Door de dagelijkse dingen zoals het werk, het huisgezin maar ook een beetje hengelmoeheid ging
hij op een gegeven ogenblik helemaal niet meer vissen. Toen hij door omstandigheden op non actief
kwam bedacht hij weer eens te gaan vissen. In het begin zou je bijna zeggen uit verveling. Geheel
bij toeval landde hij eens aan bij de Berenkuil in Putten. Daar werd hij warm gemaakt voor
het forelvissen. Eerst eens met de vaste stok proberen. Niet zo succesvol. Een meneer op leeftijd,
bijgenaamd de motormuis bracht hem wat kneepjes bij. Het ging goed maar toch was Maarten niet
tevreden. Hij zag hoe andere vissers met een vliegenhengel bezig waren. Dat inspireerde Maarten.
Hij kocht een vrij goede vliegvisset en ging aan de slag. Dat werd niets natuurlijk. Hij werd min of
meer uitgelachen bij de diverse forelvijvers.

Ook in het buitenland op stromend water– dus lijnwerpen behoeft nauwelijks– werd het een fiasco.
Enkele vriendelijke mensen van de Berenkuil hielpen hem uiteindelijk met het aanleren van de
techniek.
In een gesprek met hem wees ik hem op de mogelijkheid van vliegvisles bij de Berenkuil.
Maarten was eigenlijk een eigenwijze kerel. Hij nam geen les en leerde door scha en schand om te
gaan met de hengel. Natuurlijk ook veel fouten aanlerende. Maar ja,….nu is hij tevreden en tot op
de dag van vandaag profiteert hij van z’n vliegenhengel, de techniek die de vriendelijke Berenkuilers
hem bijbrachten en de gastvrijheid die de Puttense vijvers hem bieden.

© Joop P.L.van Kasteren/ Redactie deforelvisser.com

Pin It on Pinterest

Deel dit

Deel dit bericht met je vrienden