Vissen op Forel in de zomer: tips & technieken (2)

Vissen op Forel in de zomer: tips & technieken (2)

<< Lees hier Deel 1
In deel 1 hebben we tips gegeven voor het vissen op de vijvers, maar tijdens de zomermaanden denken we toch vooral ook aan vakanties in het buitenland. Vandaar hier ook enkele tips & trucs voor het vissen op forel in bergmeren, laaglandreservoirs en natuurlijke vijvers. We hopen dat je zo nog meer forel zult vangen! De tips uit deel 1 kun je uiteraard ook toepassen op deze meren en reservoirs.

Tips&Trucs voor het forelvissen in de zomer aan natuurlijke meren, reservoirs en vijvers

1. Zoek de Thermocline

Een van de belangrijkste factoren van het vangen van meer forel tijdens de zomermaanden is de waarde van de Thermocline.

Thermocline? Nooit van gehoort. Nou ik heb het even voor jullie opgezocht in Wikipedia:

De thermocline of spronglaag is de aanduiding van een overgang tussen twee lagen water, bijvoorbeeld in meren of oceanen. Het water onder de thermocline heeft dan een andere temperatuur dan de laag erboven. Water met een verschillende temperatuur heeft een verschillende dichtheid, waardoor de lagen alleen op contactvlak mengen.
Water is niet volledig transparant, de zon warmt de bovenste laag langzaam op. Omdat warmer water lichter is dan kouder water blijft het warmere water aan de oppervlakte. Wind en stroming mengen het water, waardoor de warmte zich verspreidt. In stilstaand en beschut water (plas/meer) en diep water (oceaan) vindt veel minder menging plaats, waardoor de gelaagdheid stabiel is. In het najaar en de winter, of door aanhoudende wind (verdamping), koelt de bovenlaag weer af (waardoor dit water weer daalt en mengt). De gehele watermassa kan dan weer een zelfde temperatuur krijgen. De watermassa “keert zich om”. In de zomer is de scheiding tussen de lagen redelijk stabiel.
Een thermocline is optisch waarneembaar als een laagje troebel water met wervelingen. Duikers zien dat op deze scheidslijn zich ook nogal eens een stoflaagje ontwikkelt. De thermocline kan in dikte verschillen, afhankelijk van het temperatuurverschil en de bewegelijkheid van de watermassa (volkomen stilstaand water heeft een dunnere thermocline). Door het verschil in dichtheid en de verzameling van stof in de thermocline is de laag ook waarneembaar met sonar.
In de oceanen ligt de permanente thermocline op ongeveer 50-100 meter diepte, daarboven heeft de zon invloed op de temperatuur van het water. Onder de thermocline blijft de temperatuur dalen met het toenemen van de diepte, maar dit gaat veel geleidelijker. In de oceanen bevindt 90% van het water zich onder de thermocline. De diepzee bestaat eveneens uit lagen van gelijke temperatuur (en dichtheid).
De verschillen in dichtheid van het water kunnen ook door andere dan thermische oorzaken ontstaan, bijvoorbeeld door verschillen in zoutgehalte van het water. Dit is bijvoorbeeld waarneembaar bij de mondingen van rivieren in zee. Zoet water is namelijk lichter dan zout water.

Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Thermocline

Te wetenschappelijk, oké, ik zal het even voor jullie samenvatten. In de zomermaanden heeft het water 3 lagen (Deze verdeling komt omdat het warme water opstijgt, met name dus in de zomermaanden. In de wintermaanden vermengen de 3 lagen zich weer met elkaar):

  1. De bovenste laag waar de zon op schijnt en dus de warmste is.
  2. Daaronder de middelste en tevens dunste laag, genaamd de thermocline. Deze laag laat een drastische daling van de temperatuur zien en is tevens toevluchtsoord voor de forel, omdat er zich koeler water en voedsel bevindt. Deze laag beschikt over de meest uiteenlopende temperaturen.
  3. Onderaan de laag waar zich het koudste water bevindt. Deze is net als de bovenste laag vrij stabiel in temperatuur, maar bevat niet zoveel voedsel voor de forel als de thermocline.

De thermocline onstaat in de meeste meren, vijvers en reservoirs, echter meestal niet voor de zomer. Vooral in midden zomer zijn de lagen goed zichtbaar als de warme bovenlaag bovenop de koudere laag drijft en de thermocline dé laag wordt waar zich de meeste vis bevindt. De thermocline kan in dikte verschillen, afhankelijk van het temperatuurverschil en de bewegelijkheid van de watermassa (volkomen stilstaand water heeft een dunnere thermocline).
De thermocline komt niet voor op onze forellenvisvijvers, maar alleen voor (forelvis)meren met een spronglaag, d.w.z. dat ze dan vaak dieper dan 5 meter moeten zijn. Meestal is dat in Nederland dus niet het geval. In bijvoorbeeld Denemarken of een zandwinput kan dat wel zo zijn.

Ha, we beginnen het al te snappen! Voedsel voor de forellen bevinden zich in de Thermocline. Algen en andere plankton verschuilen zich in deze zone, terwijl vijver spiering, elft (meivis), kleine visjes en andere aasvisjes meer verblijven in de buurt van de bovenste en onderste lagen van de thermocline. Aasvissen en roofvissen worden vaak gedurende de warmere maanden gevonden in de Thermocline, deels door de ideale temperatuur van het water en ook omdat hun voedsel is hier.

In de zomer, verhoog je het aantal vangsten door het slepen van van blinkertjes, lepels, kunstaas, spinners en regenwormen door de thermocline. Het is ook effectief om zalmeitjes, deeg, wormen, krekels en sprinkhanen te laten drijven.

Het lokaliseren van de thermocline is niet zo uitdagend als het lijkt. De meeste reservoirs houden het dagelijks of wekelijks bij om het te volgen, en de ambtenaren maken vaak hun bevindingen openbaar. U kunt het beste de lokale jachthavens bellen, of bij de viswinkels of kantoren van de meren te raden gaan, om te vragen hoe diep de thermocline zich bevindt. De meesten kunnen je up-to-date informatie geven, wat je zal helpen vangen van meer forel.

De thermocline kan per week variëren. Van juli t/m september, zal dit waarschijnlijk de zone die je als doel neemt voor de beste actie bij het vissen op forel.

Ga je vissen in de Thermocline, experimenteer dan. Probeer een aantal lokmiddelen in de buurt van de top, anderen in het midden en een paar richting de onderkant van de Thermocline. Zodra je ontdekt waar de vissen het meest actief zijn, dan is het veilig is om de inspanningen te concentreren dicht bij die diepte.


Fotografie: Dominic De bruyn (aka DocSalmo) www.3f-d.com

2. De toplokaties voor het vangen van meer forel

Naast de Thermocline zijn er ook nog enkele toptokaties waar de forel zich graag ophoudt. In de grote wateren is het vaak moeilijk om te weten waar de forel zich ophoudt. Er zijn altijd bepaalde lokaties die forel trekken. Dit kan in een laagland reservoir op een heel andere plaats zijn dan in een bergmeer, maar om te weten waar te targeten, kan succes of falen betekenen.
Of je nou gaat vissen in een stedelijk gebied, laaglandreservoir, bergmeer of natuurlijke vijver. De drie plaatsen waar je je het beste op kunt richten tijdens de hitte van de zomer zijn;

2a. Ten eerste: in-en uitgangen (inlets en outlets)
Deze gebieden dienen om zuurstof, voedsel, koud water en voedingsstoffen te transporteren in de meren. Forellen voelen zich van nature aangetrokken tot deze secties. Op veel plaatsen regent het niet veel in de zomer, maar als het regent brengt het heel veel extra voedingsstoffen in het water. Dus als het regent of onweert, dan wil je meteen gaan vissen op die ingangen.

Normaal komt er altijd zuurstofrijk water via de inlets het meer in, maar als er een extra stroom komt door overvloedige regen, dan zal de forel dit weten. De forel zijn er vaak toch al aanwezig, maar als dat extra water komt, zal dit nog meer kevers en insecten meevoeren.

Wanneer je ook vist in de zomermaanden, richt je op de inlaten. Dit kan worden bereikt door het werpen van zalmeitjes, regenwormen, lepels of spinners vanaf de oever, of hetzelfde kunstaas vanaf een boot op zee voor anker.

2b. Ten tweede: Bronnen
Bronnen zijn de meest vergeten plek in alle wateren die forel bevatten, maar vooral in hoge bergmeren en natuurlijke vijvers. De meeste van deze wateren zijn bronwateren. Ze kunnen klein zijn en moeilijk te vinden, maar ze kunnen heel sterk zijn en zeer zichtbaar. De makkelijkste manier om een bron of kwel te vinden is, om te zoeken naar luchtbelletjes. Je kunt het beste op lokatie navragen waar deze zijn. Ook voor bronnen geldt het zelfde principe als bij inlaten. De forel voelt zich er toe aangetrokken, omdat deze de broodnodige koele water en zuurstof aan het systeem toevoegen. Ook dienen ze als kraamkamer voor jonge vissen en aasvissen.

Soms zijn er gebieden van kwelwater in het meer komen, daar waar het grondwater in de onderwaterbron sijpelt. Hier zul je veel forel weten te vinden. Als je eenmaal zo’n bron gelokaliseerd hebt, kun je 2 dingen doen; slepend met aas door de bron of een aasvisje laten liggen en afwachten. De technieken voor de lager gelegen meren is hetzelfde als voor de hoger gelegen bergmeren. Het is misschien handig om in het begin van het seizoen de lager gelegen meren aan te gaan en in de hete zomer meer in de hoger gelegen bergmeren te gaan vissen. Vis dieper in het water als het warm is overdag. Tegen de avond zullen de forellen hoger in het water komen te liggen. De grote forellen zullen zich tegen de avond in de buurt van het wateroppervlak bevinden.

2c. Tot slot zijn er nog de dammen
Dammen zijn een andere plek die forel in de zomermaanden lokt, vooral in laaggelegen reservoirs waar het water temperaturen normaal flink stijgen in de zomer. Een dam lokt de forel om verschillende redenen. De drie belangrijkste zijn dat:

  • Ze houden van diep water
  • Ze dienen als leefgebied voor aasvissen en andere voedselbronnen voor forel
  • Er is kouder water beschikbaar.

Duidelijk dat er dieper en kouder water is. Wat echter veel vissers vergeten is de waarde van dammen voor de forel, als een thuis voor vele andere soorten. Dammen bieden toevluchtsoorden voor kleine aasvissen, weekdieren, insecten en andere kleine vis die forel eten. Deze soorten gebruiken de rotsafscheiding van de dam als bescherming tegen hun vijanden. Daarintegen komt de forel naar deze gebieden om te eten. Als je meer tijd gaat besteden aan bevissen van dammen in de warmere maanden, zul je waarschijnlijk de vangst flink zien verhogen.


Fotografie: Dominic De bruyn (aka DocSalmo) www.3f-d.com

3. Vis tijdens de vroege ochtend of late avond

Zoals reeds besproken in deel 1, zijn dit de tijden van de dag wanneer de temperatuur van het water een paar graden naar beneden gaat, waardoor de forel actiever zal worden. In de ochtenden en avonden is het ook niet zo gloeiend heet en heb je de felle zon niet recht boven je hoofd. Forel is het meest actief als het zonlicht het zwakste is.

Een andere factor is de activiteit. Of je nu praat over een populaire goed gevuld reservoir, een plaatselijke vijver of een natuurlijk meer in de bergen, zal de zomer een piek in gebruikers laten zien. Gedurende de dag zulen er meer activiteiten zijn met boten, speed-boaten, kajakkers, zwemmers, kinderen die stenen gooien, honden die stokken najagen en mensen eendjes voeren, dan welke andere tijd van het jaar. Dit dwingt forel in dieper water, wat ze van het actief jagen en eten afhoudt gedurende het grootste gedeelte van de dag. Ga daarom, met name in de natuurlijke vijvers en bergmeren, vissen in de vroege ochtend of late avond. Dan kun je ook meer genieten van de rust en mooie natuur.

4. Op zoek naar forel

Als je op zoek bent naar “trophy” vis, beperk jezelf dan niet tot één plek op de vijver, maar probeer meerdere plaatsen. Je hebt meestal meer geluk met het benaderen van een enkele geisoleerde forel in plaats van grote scholen vis.

Hoewel de meeste mensen vanaf de wal vissen, is het ook eens goed om naar de zwevende/geisoleerde forel te zoeken. Die vissen zijn weggetrokken uit de kust en zijn daar om te jagen en te voeden. Er zijn namelijk in de zomermaanden veel grote forellen uit de buurt van de kust en in het open water te vinden, “geschorst”.

Zoeken naar deze verlaten vis is eenvoudiger dan het misschien klinkt. Deze forellen begeven zich niet in de buurt van het oppervlak, noch zitten ze op de bodem of in de buurt van vaste wal. Het is niet altijd een teken van een forel die actief is of wil jagen, maar het is een goede indicator dat de vis is in dat deel van de waterkolom is om te eten. Het is dan ook waarschijnlijk dat de grote forel achter scholen van aas of kleinere forel aan jaagt. Als je zo’n eenling ziet, laat dan meteen het aas afzakken tot exact dezelfde diepte als waar je de eenling ziet, voordat je verder zoekt. De forel is “geschorst” omdat hij honger heeft. Goed teken dus om hem te kunnen vangen.

Deze week volgen nog meer Tips&Trucs voor het vissen op forel en zalmforel op riviertjes.
Bijvoorbeeld een artikel over: Heel eenvoudig forelvissen met zalmeitjes op beekforel
en nog meer Zomertips: Moet ik forelvissen met levend aas of kunstaas?

Deze forelvissen tips hebben mij geholpen om meer forel te vangen tijdens de zomermaanden. Daar waar andere vissers het zeker niet zo goed deden. Ik wijd mijn succes van het forelvissen in de zomer dan ook aan deze zeer nuttige tips. Ik hoop dan ook dat ze ook voor jullie zullen werken!

Laat het ons dan weten via het vangstformulier >>

<< Lees meer nuttige tips in deel 1


Fotografie: Dominic De bruyn (aka DocSalmo) www.3f-d.com

© Tekst / Fotografie: Chantal Hermkens / Redactie deforelvisser.com
© Fotografie: Dominic De bruyn (aka DocSalmo)
Geplaatst op: 17 juli 2011 @ 04:59

 

Reactie verzenden

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *