Hoe ga ik te werk op een forellenvijver?

Aan de slag op de forelvijver met Ed Stoop & co.

TEKST ED STOOP FOTOGRAFIE MARNIX WESSELS CAMERA SYTSE VAN DER HARST

Vissen op forel in speciale forelvijvers mag zich nog steeds verheugen in een stijgende populariteit. Veel mensen maken daar voor het eerst kennis met de hengelsport, maar er zijn ook veel sportvissers die wel eens een uitstapje maken naar een forellenput.

Martijn Deijkers (26) uit Heerle is een fanatieke wit- en karpervisser die zijn geluk ook wel eens wil beproeven op de forel. Het forelvissen is echter nieuw voor hem, vandaar dat hij een mailtje naar Hét Visblad stuurde om de hulp van Ed in te roepen.

Het gezellige restaurant van het forellencomplex De Berenkuil in Putten is het startpunt voor deze Vraag het aan Ed. En dat is niet alleen omdat het al urenlang pijpenstelen regent. Hier krijgen we namelijk de nodige uitleg over deze voor mij en zeker ook voor Martijn nieuwe manier van vissen. Want ondanks het feit dat je bijna altijd wel verzekerd bent van de vangst van een visje, zul je er toch het nodige voor moeten doen om de forel aan de schubben te komen. Regenboogforellen zijn heus geen domme vissen die in alles bijten wat ze wordt voorgeschoteld. Gelukkig zijn Peter Negerman en Rob Hens, beide consultants van het Shimano Trout Fishing Team, bereid om hun kennis van de forelvisserij met dobbers met ons te delen.

Thumbs up voor Martijn met zijn eerste forel!

GEVOELIGE HENGELS

Het materiaal waar we mee aan de slag gaan is speciaal voor dit type visserij ontwikkeld. Regenboogforellen zijn geduchte vechtersbazen, maar komen zoals de meeste vissen pas goed tot hun recht als ze met het juiste materiaal worden bevist. Nou is er natuurlijk geen vis die kijkt naar de hengel waarmee hij wordt belaagd.

Ed ziet de actie van de speciale forelhengels wel zitten.

Toch is het voor je eigen plezier prettiger om met bijvoorbeeld een spinstokje en bijpassend molentje te vissen dan met een zeewerphengel. In het segment lichte werphengels laten Peter en Rob ons een collectie speciaal voor ‘hun’ visserij ontwikkelde hengels zien. Ultra zachte stokjes gemaakt van vliegenblanks met een superdunne en uiterst gevoelige top. Op de hengels zitten kleine werpmolens met een sublieme slip in de 1000 serie. De transparante 16/00 nylon op de spoel en het feit dat ver werpen doorgaans niet nodig is, maken een grove molen overbodig.

ONZICHTBAARHEID

Op de lijn zetten we een korte, slanke en doorzichtige dobber. Uiteraard kun je ook vlokdobbers en korte matchpennen gebruiken. Het voordeel van doorzichtige dobbers is echter dat de forel ze minder snel in de gaten heeft en dus minder argwaan zal koesteren. Onder de dobber hangt een schuivend druppelloodje dat stuit op een bijzonder soepel draaiend drievoudig tonwarteltje. Tegenwoordig wordt in plaats van lood ook glas als werpgewicht gebruikt. Dit ook weer om de forel in de waan te laten dat de prooi niet via een lijn met de hengel is verbonden. Daarbij zinkt glas veel subtieler af dan een loodgewicht en is het ook nog eens een stuk milieuvriendelijker. Ook voor wat betreft de onderlijn valt de keuze vanwege de ‘onzichtbaarheid’ op fluorocarbon. Deze heeft een lengte van circa 60 cm en een dikte van 16/00 millimeter. Fluorocarbon is namelijk een fractie minder sterk dan gewoon nylon, zodat bij eventuele pech hooguit de onderlijn wordt verspeeld.

In plaats van lood wordt tegenwoordig ook gebruik gemaakt van glas als werpgewicht.

WOKKEL

Het deeg zet je bij het forelvissen op een speciale manier op de haak. Dit doe je door het deeg tussen je handen tot een knikker met een doorsnee van circa anderhalve centimeter te rollen. De lijn vlak boven de langstelige haak nummer 8 druk je daarna tot de helft van de knikker in het deeg om vervolgens de haak voorzichtig in het deeg te trekken. Houd de lijn vast en kneed het deeg tussen duim en wijsvinger tot een langwerpige druppel. Door nu de onderste centimeter van de circa vier centimeter lange druppel plat te drukken, kun je dit platte gedeelte hierna tot een soort van wokkeltje draaien. Door de weerstand van het water gaat deze propeller draaien bij het binnenvissen, waardoor een actie ontstaat die de forel maar moeilijk kan weerstaan.

Deeg in meer dan alle kleuren van de regenboog.

DEEG, MEELWORMEN, MOTTEN EN GEL

Als aas gebruiken we het speciale Trigger X forellendeeg. Dit deeg is verrijkt met feromonen. Dit zijn natuurlijke chemische stoffen waar de vis gevoelig voor is en die tot eten aanzetten. We hebben een goedgevulde viskoffer met potjes deeg in allerlei kleuren tot onze beschikking. Vanwege het grijze en donkere weer valt de keuze op de fluorgele variant. Zouden we mooi weer met een stralend zonnetje hebben gehad, dan was de keus op donker deeg gevallen. Uiteraard kun je evengoed ook kleurcombinaties in elkaar draaien. Om de hap voor de forel nog aantrekkelijker te maken, kun je het deeg ook combineren met een meelworm. Het deeg zit dan op de haaksteel en de worm voor een derde op de haakpunt geprikt. Dit om ook nu weer turbulentie in het water te veroorzaken. In de maand mei doet een combi van meelworm en wasmotlarve in een L-vorm het erg goed. Om dit hapje extra aantrekkelijk te maken kun je ook nog een speciale geurende gel met feromonen en glitters op het natuurlijk aas smeren. Het mag duidelijk zijn dat hier sprake is van ‘hoge school forelvissen’.

SIMPELE TECHNIEK

Nu het aas aan de haak zit, zijn Martijn en ik klaar om te gaan vissen. We schuiven de dobber zover omhoog of omlaag totdat het lood of glasgewicht vlak boven of net tegen de bodem hangt. Daarna is het een kwestie van inwerpen – let daarbij altijd goed op of je tekenen van vis aan de oppervlakte ziet – wachten tot het gewichtje naar beneden is gezakt en binnendraaien. Doe dit langzaam en geef daarbij af en toe een rukje met de hengeltop. Zo loopt de onderlijn met ‘wokkel’ mooi achter het loodje aan en creëert deze de voor forel zo aantrekkelijke trillingen in het water. Zie je een rukje aan de dobber, wacht dan even tot hij goed wegloopt. Geef vooral geen extra lijn mee, maar wacht gewoon tot de vis de lijn strak zwemt alvorens aan te tikken.

Teamwork heeft tot succes geleid.

BEGINNERS krijgen les van EXPERTS

Forelvissen is veel meer dan een paar meelwormen zwemles geven. Want ondanks de spoedcursus van Peter en Rob, blijken Martijn en ik in dit werk toch echt nog beginners. We vissen er lustig op los, werpen en draaien bijkans onze arm uit de kom, maar vis vangen valt nog niet mee. We krijgen wel beet, maar missen deze telkens weer. Onze instructeurs, die wel keer op keer aanbeten verzilveren, geven de tip om pas aan te tikken als de flexibele hengeltop door de strak lopende lijn begint te buigen. Als we na het weglopen van de pen wat langer hebben gewacht, is het voor ons allebei eindelijk raak. Nagenoeg tegelijkertijd staan Martijn en ik een mooie regenboogforel te drillen. Later op de dag verspeelt Martijn nog een zalmforel van meer dan een halve meter lengte die tijdens de dril fantastisch ver uit het water springt. Doodzonde, maar dat hoort nu eenmaal bij vissen – ook bij forelvissen in de Berenkuil. Toch kan Martijn aan het einde van de dag tevreden terugblikken. Hij heeft zich een nieuwe vistechniek eigen gemaakt, leuk gevangen en kan bovendien met een mooi klusje vis naar huis.

Forellenvisvijver De Berenkuil (www.berenkuil.com) was het toneel voor deze Vraag het aan Ed. Op deze website van de Nederlandse Vereniging van Forellenvisvijvers onder Lokaties:(www.deforelvisser.nl) vind je nog meer adressen van andere forellenvijvers plus een heleboel praktische informatie over het forelvissen.

Bekijk hier de video van Visblad-TV die op die dag gemaakt is >>

Bron: Hét Visblad – maart 2011
Hartelijk dank dat we dit hele leuke en zeer leerzame artikel mochten plaatsen!

Geplaatst op: 20 maart 2011 @ 07:47

Reactie verzenden

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *