Zeg niet zomaar regenboogforel tegen een regenboogforel

Als alles anders faalt, dan zijn regenboogforellen wellicht de redding van de vliegvisser. Zij worden minstens zo dik als zalmen dankzij de goede zorgen van de oceaan en ze passen zich met ongelooflijk gemak aan vreemde omgevingen aan. Dikwijls gaat dit ten koste van andere vissen met wie zij in hun nieuwe habitat moeten samenleven. Ze overleven soms op plaatsen die voor andere salmoniden gewoonweg onmogelijk zijn. En met hetzelfde gemak worden zij gekweekt als consumptievissen. Dit zijn de echte overlevers van de Salmonidae en als de laatst overgebleven vis in de koelere rivieren en meren van deze planeet geen driedoornige stekelbaars is, dan is het ongetwijfeld een regenboogforel.

Toegegeven, een artikel over regenboogforel lijkt op het eerste zicht niet zo logisch in deze reeks over char, vlagzalm, Europese forel. En toch is hij hier op zijn plaats. Sedert het einde van de 19de eeuw heeft hij zich in Europa goed ingeburgerd en is hij een van de favorieten van onze vliegvissers geworden. Ook in de keuken is hij niet meer weg te denken.

Toch moeten we een beetje opletten als we het over regenboogforel hebben. Wat wij in Europa beschouwen als regenboogforel is het resultaat van een heleboel kruisingen maar in zijn land van oorsprong staat de naam synoniem voor een veelvoud van verschillende vissen.

Artikel Dominic De bruyn – Foto’s Steven Dierickx, Guido Vinck, Karel Deblaere en Dominic De bruyn

De vlag dekt met moeite de lading

Grofweg gezien bedoelen we met regenboogforel alle forellen die inheems zijn in het westen van Noord-Amerika en die geen cutthroat zijn. Binnen deze grenzen pijnigen wetenschappers hun hersenen al vele eeuwen over een correcte taxonomie van deze soort. Lokale variëteiten worden haast constant opgewaardeerd van ondersoort tot soort en vervolgens weer gedegradeerd tot een simpele variëteit, al naargelang de laatste resultaten van proteïnetesten, DNA analyse en chromosomentellingen. Lezers van mijn rubriek hebben zich hier ondertussen al bij neergelegd. Een correcte taxonomie is vooral van academisch belang, maar het toont ook aan dat de soort enorm verscheiden is en behoefte heeft aan betere studie en meer begrip. Ook bij vliegvissers die zich interesseren naar de herkomst van de vissen die zij belagen en die hun zovele uren plezier verschaffen.

Als het op taxonomie aankomt, dan ben ik geneigd om de laatste bevindingen van professor Robert J. Behnke te volgen. Professor Behnke bestudeert reeds vele tientallen jaren salmoniden van over de hele wereld en is de authoriteit op het vlak van Noordamerikaanse salmoniden. Zijn werk is van onschatbaar belang voor de wetenschap en hij schrijft ook regelmatig columns voor Trout Unlimited, het tijdschrift van de Amerikaanse forelvissers en –liefhebbers. Maar meer dan dat, hij is niet beschaamd om zijn vroegere conclusies te herroepen in het kader van nieuwe ontdekkingen en inzichten. Vroeger klasseerde hij alle regenboogforellen als Salmo irideus en steelhead noemde hij in het begin van zijn carrière Salmo gairdneri. Dit was in navolging van de natuurkundige Johann Julius Walbaum die de soort in 1792 benoemde op basis van specimens die in Kamchatka gevangen waren. Maar Behnke’s werk heeft hem doen inzien dat beide eigenlijk dezelfde soort zijn en dat ze veel meer verwant zijn met de Pacifische salmoniden (Oncorhynchus) in plaats van de Atlantische salmoniden (Salmo). Een naamswijziging drong zich op en de regenboogforel werd herdoopt tot Oncorhynchus mykiss. Mykiss is afgeleid van de plaatselijke naam “mykizha” in Kamchatka.

In zijn oorspronkelijk verspreidingsgebied langs de Westkust van Noord-Amerika, van Mexico tot Alaska en vervolgens Kamchatka, is er een enorme variatie in lichamelijk voorkomen, grootte, kleur, gedrag en levenswijze. Er zijn er eigenlijk teveel om in een enkel artikel te beschrijven en de verschillen opsommen zou slechts slaapverwekkend zijn. Bovendien heeft dat ook weinig impact op het beeld van de regenboogforel van bij ons. Daarom dat ik me tot een beknopt lijstje zal beperken. In mijn lijstje heb ik ook oude synoniemen vermeld. Vissen waarvan vroeger werd aangenomen dat ze aparte soorten of ondersoorten vormden, maar die nu hun plaats hebben gekregen onder de algemene noemer “regenboogforel”. Voorlopig althans. Voor een beter begrip heb ik zo weinig mogelijk namen vertaald. Dat kan handig zijn als je ooit de kans hebt om in deze gebieden te gaan vissen. Voorts zal je zien dat nogal wat vissen vaak onterecht als char (brook trout) of cutthroat werd aanzien.

1. Coastal rainbow trout (Oncorhynchus mykiss irideus).
• Santo Domingo trout (Oncorhynchus mykiss nelsoni)
• Royal silver trout of Lake Tahoe (Salmo regalis)
• Emerald trout of Pyramid Lake (Salmo smaragdus)
• Crescent Lake trout (Salmo baerdsli)
• Sacramento River steelhead (Salmo rivularis)
• Oregon brook trout (Salmo masoni)

2. Redband trout of the mid- and upper Columbia and Fraser River basins (Oncorhynchus mykiss gairdneri)
• Kamloops trout of Kootenay Lake (Oncorhynchus Kamloops, Salmo Kamloops)
• Athabascan rainbow trout

3. Redband trout native to 6 internal basins of the Northern Great Basin + the upper Klamath Lake basin (Oncorhynchus mykiss newberii)

4. Redband trout of the northern Sacramento River basin (Oncorhynchus mykiss stonei)
• Eagle Lake raibow trout (Oncorhynchus mykiss aquilarium)
• Shasta rainbow trout (resident McCloud River redband trout)

5. Three subspecies of trout native to Kern River basin (Oncorhynchus mykiss aguabonita, Oncorhynchus mykiss gilberti & Oncorhynchus mykiss withei)
• South Fork Kern golden trout & Golden Trout Creek golden trout (Salmo pleuriticus)
• Volcano Creek golden trout (Salmo roosevelti)

6. Rainbow-like trout of Mexico (nog onvoldoende onderzocht en bijgevolg nog niet geklasseerd)

7. Gila and apache trout (Oncorhynchus gilae gilae & Oncorhynchus gilae apache)
Salmo gilae
Salmo apache

8. Mexican golden trout (Oncorhynchus chrysogaster)
Salmo purpuratus

In bovenstaande lijst vallen een paar dingen op. Gila en apache forel dragen niet de wetenschappelijke naam mykiss hoewel zij daartoe behoren. De naam gilae is gekozen als een consensus omdat de dubbele naamgeving van de taxonomie dikwijls onvoldoende is om alles mooi in onder te brengen. Gila en apache forel zijn echter voldoende verschillend van andere regenboogforellen om ze hun eigen subspecies naam te geven. Maar het zijn dus wel regenboogforellen. Dit zijn relatief kleine forellen die enkel voorkomen op grote hoogte. De populatie staat onder enorme druk door recente droogte en bosbranden die veel schadelijke stoffen in het water deden belanden.

Voorts zie je dat er in Mexico en in het uiterste zuiden van de VS nog verschillende lokale variëteiten zijn met een heel klein verspreidingsgebied, die dringend verdere studie nodig hebben.

Op twee plaatsen vind je de zogenaamde golden trout, in de VS (Kern en Little Kern river) en in Mexico. Deze mag je echter nooit verwarren met de gouden kweekvorm van de regenboogforel die we soms ook bij ons tegenkomen. Deze laatste is gewoon een aardigheidje van de commerciële kwekers, net zoals goudzeelt, goudwinde etc.

Steelhead is vergelijkbaar met onze zeeforel

De anadrome vorm van regenboogforel wordt steelhead genoemd. Steelhead is dus geen aparte soort en moet dus zeker niet op dezelfde ladder geplaatst worden als de Pacifische zalmen. Ik dacht er vroeger ook anders over maar de laatste stand van genetische analyse heeft hierover voor eens en voor altijd uitsluitsel gebracht. Sommige regenbogen trekken naar zee en andere niet. Net zoals onze zeeforel tot dezelfde soort hoort als de beekforel of de meerforel. De anadrome steelhead heeft impliciet het vermogen in zich om een niet-trekkende regenboogforel te worden en vice versa. Maar toch is het typisch dat steelhead nieuwe steelhead voortbrengt, net zoals niet-trekkende regenbogen op hun beurt niet-trekkende nazaten hebben.

Naast regenboogforel hoor je dikwijls ook de term redband forel. Het verschil is niet zo scherp afgebakend en ook bij redband heb je een vorm die naar zee trekt. Grof genomen kan je stellen dat regenboogforel die nabij de kusten leeft, Oncorhynchus mykiss irideus wordt genoemd. Redband forel wordt Oncorhynchus mykiss gairdneri genoemd en dikwijls leeft deze in dezelfde rivieren als de eerst genoemde, maar dan meer stroomopwaarts. Boven de watervallen waar de andere niet passeert. Meer landinwaarts met andere woorden.

Steelhead van de kustgebonden regenboogforel maakt een kortere paaitrek en verliest hierdoor relatief weinig energie. Na de paai hebben zij dikwijls nog voldoende kracht over om terug te zwemmen naar zee. Eens zij daar aankomen kunnen ze weer volop op kracht komen door het overvloedige voedselaanbod. Hierdoor kunnen deze steelhead verschillende keren in hun leven paaien. Dit in tegenstelling tot de Pacifische zalmsoorten. Steelhead van de meer stroomop levende redband trekt ook naar zee en maakt achteraf langere paaitochten. Dit kost extra energie en minder vissen overleven de paai. Ongeveer 10% van de redband steelhead paait meer dan één keer. Bij de kustgebonden regenboogforel steelhead stijgt dit percentage naar 20%. En bij landlocked steelhead (steelhead die werd uitgezet in de Grote Meren) stijgt dit percentage zelfs tot 70%. Jonge steelhead blijven ongeveer twee tot drie jaar in de rivier vooraleer zij naar zee trekken. Landlocked steelhead uit de Grote Meren trekken ook de rivieren op om te paaien. Voor deze vissen doen de Grote Meren dienst als vervanging voor de Pacifische Oceaan. Dit unieke experiment lukte ook met Pacifische zalmen en met Atlantische zalmen en -forellen.

Steelhead op zee groeit tot 2,5 cm per maand en zij blijven dit helse tempo aanhouden tot zij terugkeren om te paaien. Steelhead die al gepaaid heeft en kan terugkeren naar zee, zal daar opnieuw beginnen groeien. Gemiddeld genomen verblijven steelhead 18 (zuidelijke populaties) tot 30 maanden (noordelijke populaties) op zee.

Door afnemende waterkwaliteit, overbevissing, erosie, teloorgang van paaiplaatsen en de bouw van dammen, slagen steeds minder steelhead erin om de paaitocht tot een goed einde te brengen op de Columbia rivier. Tegenwoordig worden deze steelhead kunstmatig aangevuld met 10 tot 15 miljoen kleine steelheads uit speciale kwekerijen. Zonder deze ingreep zouden de twee steelhead soorten hier waarschijnlijk niet overleven. Ook in andere gebieden komt steelhead steeds vaker onder druk en moet de mens op een intelligente manier de natuur een handje helpen. Het is waarschijnlijk te laat om voor een definitieve ommekeer te zorgen, maar de mens kan er wel voor zorgen dat deze vissen niet onherroepelijk verdwijnen.

De voortplanting

De voortplanting van alle vissen die vallen onder de noemer regenboogforel, gebeurt op een manier die eigenlijk typisch is voor de meeste salmoniden. Meestal vormen zich vanaf september de geslachtsproducten hom en kuit. Vaak is dat voor de forel in de vrije natuur het startsein om stroomopwaarts te trekken naar de paaiplaatsen. Vlak voor de paai krijgt het mannetje een verlengde onderkaak en de beide geslachten krijgen een donkere kleur met meer uitgesproken stippen en de roze streep wordt intenser. De regenboogforel paait in het voorjaar, als de gemiddelde temperatuur van het water boven de 6 tot 7°C stijgt. In sommige erg noordelijke streken is de voortplanting slechts in juni. Het vrouwtje graaft verschillende kuilen van enkele centimeters diep door op haar zij liggend met de staart te slaan. Ondertussen wordt zij begeleidt door verschillende mannetjes waarvan er één dominant is en die zijn concurrenten telkens opnieuw probeert weg te jagen. Sommige mannetjes helpen zelfs met het maken van deze paaibedden. Nadat de eitjes zijn afgezet en bevrucht door een of meer mannetjes, worden ze vaak weer ondergewerkt onder het grind. Regenboogforelkoppels herhalen dit werk over de verschillende paaibedden.

De eieren zijn van relatief groot formaat. De ontwikkeling van deze eieren is afhankelijk van de watertemperatuur zoals bij alle vissoorten en varieert van vier weken (bij een watertemperatuur van 12°C) tot twee maanden (watertemperatuur van 8°C).

De pasgeboren regenboogforelletjes gedragen zich de eerste dagen als typische salmoniden en leven van de inhoud van hun dooierzak. Zodra die leeg is, voeden ze zich met dierlijk plankton. Sommigen schakelen daarna over op insecten en kleine kreeftachtigen. Grotere exemplaren kunnen op hun beurt overschakelen naar een dieet van vis. Ook kannibalisme is niet vreemd onder de regenbogen. De groei van deze vissen is sterk afhankelijk van de aanwezige hoeveelheid voedsel, van de beschikbare leefruimte en het feit of ze al dan niet naar zee (kunnen) trekken.

Onze “Europese” regenboogforel

De regenboogforel zoals wij die nu kennen bij ons, is een mengvorm van verschillende variëteiten. Ondermeer steelhead uit de McCloud rivier, Kamloopsforel, niet-trekkende redband uit de McCloud rivier (ook gekend als shasta regenboogforel) en cutthroat behoren tot de stamhouders. De U.S. Fish Commission had destijds weinig benul welke soorten en variëteiten zij mixte, maar het mixen deden ze wel met een bepaald doel voor ogen. Een snelgroeiende en makkelijk in te zetten vissoort op poten zetten.

Vroeger leefde de hardnekkige legende dat de shasta forel aan de basis lag van alle gekweekte regenbogen. Een verhaal dat meer dan 100 jaar lang in de gespecialiseerde literatuur werd verkondigd en telkens opnieuw werd herhaald. Maar dat is dus een beetje kort door de bocht. Bovendien was het niet de U.S. Fish Commission die in de jaren ’80 van de 19de eeuw begon met het kweken van regenboogforellen. Eigenlijk was de California Acclimatization Society hier in 1870 al mee gestart in de baai van San Francisco. Maar het was wel de U.S. Fish Commission die vanaf 1888 begon met de expeditie van eitjes naar de andere kant van de VS en naar andere landen over de hele wereld.

Het is een hard vechtende vis die in staat is meer malen een run en acrobatische sprongen te maken. Eigenschappen die sportvissers erg waarderen. De “soort” werd geïntroduceerd als sport- en consumptievis in meer dan 45 landen, verspreid over elk continent, met uitzondering van Antarctica. In sommige van deze gebieden zoals in Zuid-Europa, Australië en Zuid-Amerika hadden deze uitzetting een bijzonder negatieve impact op de al bestaande fauna. Vaak vochten zij om hetzelfde voedsel of de inheemse soorten vielen zelf ten prooi aan de vraatzucht van de uitgezette regenbogen. Tenslotte brachten zij ook ziekten mee waar anderen niet tegen bestand waren. Ook in de VS werden deze regenboogforellen veelvuldig verspreid en dikwijls was dat niet op een erg doordachte manier. Verschillende lokale variëteiten die anders nooit met mekaar in contact zouden komen, raakten zo gehybridiseert en de oorspronkelijke kwaliteiten van de afzonderlijke vissen gingen voorgoed verloren. Daarom dat de Amerikanen tegenwoordig erg voorzichtig zijn geworden en op zoek gaan naar genetisch zuivere vissen om rivieren en beken te herbevolken of om bedreigde populaties aan te vullen.

Net als de beekforel is de regenboogforel afhankelijk van helder en zuurstofrijk water, maar door zijn grotere tolerantie op gebied van waterkwaliteit en temperatuur, vormt hij een geduchte concurrent ten opzichte van de inheemse beekforel. In tegenstelling tot de bruine forel heeft de regenboogforel weinig schuilplaatsen nodig. Vandaar dat we hem op alle plekken van de rivier of beek kunnen tegenkomen. Regenbogen zijn wat dat betreft weinig honkvast en gaan graag op zoek naar voedsel. In meren zijn mondingen van beken of andere plekken waar water instroomt favoriet. Als het daar aan ontbreekt, dan toont de regenboog zijn eerder onrustige karakter en zwerft hij over de gehele plas. Al of niet in groepjes.

Sedert enkele jaren wordt de regenboogforel als een exoot aanzien waardoor hij in Vlaanderen niet langer mag worden uitgezet in openbare waterlopen. Met name de Duitse wetenschapper Max von dem Borne heeft aan het einde van de 19de eeuw veel aandacht besteed aan de import van “exoten” op het Europese vasteland. Het aardige is dat hij hierbij oog had voor het belang van vissoorten voor de hengelsport. Ook de Black Bass vond hij een uitstekende vis voor de vliegvisser.

De duidelijkste verschilpunten tussen regenboogforel en bruine forel zijn de roze-rode band langsheen de zijlijn, het roze kieuwdeksel en de volledig zwartgestippelde staartvin die nauwelijks gevorkt is. De regenboogforel heeft geen rode stippen. Regenboogforellen die in diepe meren leven zijn amper gespikkeld.

Ondanks enkele pogingen in het verleden is men er totnogtoe niet in geslaagd om de soort in Europa op natuurlijke wijze te laten voortplanten. Op enkele kleine populaties in Slovenië, Oostenrijk, het Zwarte Woud en het Verenigd Koninkrijk na.

In kwekerijen heeft men door zorgvuldige selectie forel gekregen die paait in de herfst. Dit stelt de kwekerijen in staat om het hele jaar rond consumptievissen te produceren.

In 2007 werd er wereldwijd ongeveer 604.695 ton regenboogforel geoogst in kwekerijen voor een totale waarde van 1,758 miljard euro. Dat betekent ongeveer 3 euro per kg. Sommige gekweekte regenboogforellen worden speciaal op lengte gekweekt en krijgen een dieet met extra astaxanthine waardoor het vlees eerder roze is dan wit. De zogenaamde zalmforel.

Interessante kruisingen voor de toekomst

De regenboogforel uit Eagle Lake kan zich blijkbaar makkelijk aanpassen aan water met een hoog alkaline gehalte (niet “zuur” water) en overleeft op plekken waar andere forellen dat niet kunnen.

Sommige variëteiten van redband forel staan dan weer bekend om hun vermogen om te overleven in water dat gedurende enkele uren per dag relatief warmer is dan normaal. Maar deze vissen zijn op jongere leeftijd paairijp, worden niet zo groot en ook niet zo oud als andere regenbogen. Dat maakt deze forellen minder interessant om ze te gaan kweken en uitzetten. Maar door bijvoorbeeld telkens opnieuw de oudste ouderdieren te kiezen en ouderdieren die al meer gepaaid hebben en daarmee verder te kweken, krijg je bijna automatisch een nieuwe stam die ouder wordt en dus waarschijnlijk ook groter.

De Gerrard Kamloops regenboogforel is wereldwijd beroemd om zijn enorme groeivermogen. Deze vissen worden ouder, groter, zwaarder (tot 50 pond) en groeien sneller dan elke andere regenboogforel. Oorspronkelijk komen zij uit Kootenay Lake en ze paaien in Lardeau River, nabij het stadje Gerrard. Vandaar de naam. In hetzelfde Kootenay Lake leven nog twee andere vormen Kamloops forel. Elk nemen zij hun welbepaalde niche in het meer in, maar hun levenscyclus blijft strikt gescheiden. Een beetje zoals in het Ierse Lake Melvin waar je drie vormen bruine forel terugvindt: (1) Sonaghen die door het open water zwerft en watervlooien en muggenlarven filtert, (2) Gillaroo die langs de oevers op zoek gaat naar slakjes, caddis larvae en zoetwatergarnaaltjes en (3) Ferox die zich overal in het meer thuisvoelt en vooral leeft van de visvangst.

Het zorgvuldig bestuderen en mixen van deze verschillende variëteiten bieden haast onbeperkte mogelijkheden voor de toekomst. Creatieve en innovatieve viskwekers die hier aandacht voor hebben en nauw samenwerken met visserijbiologen, kunnen op deze manier nieuwe superrassen bekomen. Hiermee kunnen zij leefbare vispopulaties creëren in meren waar tot nu toe geen vissen voorkomen. Of waar er een overvloed is aan kleine, niet voor de consumptie geschikte prooivis. Op deze manier kunnen zij een extra voedselbron aanreiken op plaatsen waar voedselschaarste heerst voor de mens.

© Tekst / Fotografie: Dominic De bruyn (aka DocSalmo)
Email: DocSalmo@gmail.com
Website: www.3f-d.com
Geplaatst op: 17 januari 2011 @ 14:58

Dit artikel al eerder verscheen in De Vlaamse Vliegvisser en De Nederlandse Vliegvisser.

Reactie verzenden

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *