De Zeeforel

De Zeeforel (Salmo t. trutta) geldt als de stamvorm van alle Noordwest-Europese forellen. Hij wordt meestal 50-80 cm lang, zelden tot 1,5 m; en hij leeft in de kustwateren. 
In de paartijd trekt hij ver de rivieren op; de trek begint in juni en juli, maar de dieren verzamelen zich al wat eerder in brak water nabij de riviermonden. 
Geslachtsrijpe mannetjes ontwikkelen in die tijd een gekromde onderkaak (net als bij de Zalm). 
De trek wordt voortgezet tot in de snelstromende beken van het forellengebied, en daar wordt van december tot maart gepaaid; daarna blijven de dieren daar vaak nog een tijdje. 
Anders dan bij de Zalm komen ze na het paaien meestal weer redelijk op krachten, en dan trekken ze naar zee terug. 
Een individueel dier kan dus in de loop van zijn leven verscheidene (jaarlijkse) trektochten ondernemen.

De jonge forellen zijn eerst overdwars gestreept; ze blijven in zoet water tot ze ongeveer 15 cm lang zijn, waarna ze geleidelijk wegtrekken naar Zee; daar worden ze in ongeveer twee jaar tijd geslachtsrijp. 
Afhankelijk van hun maat eten ze kleine kreeftachtigen, insectenlarven en later ook vis. Voordat de rivieren werden gereguleerd speelden Zeeforellen een belangrijke economische rol; het vetrijke en fraai roodachtige vlees is van even hoge kwaliteit als dat van de Zalm en werd vroeger vaak als ‘zalmforel’ verkocht. 
Bij de producten die tegenwoordig onder die naam worden aangeboden gaat het meestal om grote Regenboogforellen die met kunstvoer in kwekerijen zijn vetgemest. 
Zeeforellen komen in noemenswaardige aantallen alleen nog voor in kleine, niet door regulering vernielde rivierstelsels; men is er plaatselijk in geslaagd om populaties door kunstmatige opfok van eieren in stand te houden of zelfs te vergroten.

Zeeforellen kunnen maximaal 1,40 meter lang en 20 kilogram zwaar worden. Het gebeurt nogal eens dat grotere exemplaren voor zalm worden aangezien. Zeeforellen zijn echter minder zeldzaam dan zalmen. De zeeforel voedt zich met vlokreeften, insecten, zandspiering, haring en wormen.

Een zeeforel til je niet op aan zijn staart

  • Zalm en zeeforel vallen moeilijk van elkaar te onderscheiden. Volgens een vuistregel valt een zalm wel aan zijn staart op te tillen, een zeeforel niet. De staartwortel van zeeforellen is namelijk bijna net zo dik als de staartpunt (en ontglipt dus makkelijk), terwijl de staartwortel van de zalm, omdat die dunner is, juist een mooi handvat vormt.

Forellentrek

  • De zeeforel en de beekforel behoren tot dezelfde soort: Salmo trutta. De ene trekt naar zee (zeeforel) en de beekforel doet dit niet. Voorheen dacht men wel dat het hier twee ondersoorten betrof maar dit blijkt niet het geval te zijn. 
Een onderzoek naar de trekroutes van zeeforellen en zalmen, waarbij in 1996 266 vissen voorzien zijn van een zendertje, heeft uitgewezen dat zeeforellen nog steeds de weg weten te vinden via het IJsselmeer en de IJssel naar hun paaiplaatsen. Tussen 1996 en 1999 trokken 69 van de 266 gezenderde vissen een rivier op. 
Het Deense Instituut voor Visserijonderzoek heeft tussen 1994 en 1997 onderzoek gedaan naar het voorkomen en de bevissing op zeeforel in het Deense waddengebied. Uit het onderzoek bleek dat ongeveer 48.000 jonge zeeforellen per jaar tussen de Waddenzee en de rivieren migreren. In ideale omstandigheden zouden dat er 365.000 exemplaren kunnen zijn. Ongeveer 40% van de jonge zeeforellen zijn ‘wilde’ exemplaren, de andere 60% is gekweekt.

Verspreiding van de zeeforel

Bron en met dank aan: Gerbrand Gaaff
Medewerker informatiedienst Ecomare

Link: http://www.ecomare.nl/nl/ecomare-encyclopedie/organismen/dieren/vissen/zalmachtigen/zeeforel/

Alfons de Meijer / Redactie deforelvisser.com

Reactie verzenden

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *