Meneer N. ging vrijwel altijd vissen in z’n vrije tijd. Op zijn dagelijkse reis tussen woning en werk kwam hij altijd langs de Berenkuil. Je moest het wel zien want de A28 hield daar op. Helaas was de waterplas nog niet toegangkelijk voor de visser. Dus werd altijd gevist op een visplek niet te ver van huis. Mooi jong water daar in de polder. Lekker rustig. Witvis was zijn specialiteit. Ook in de visclub gold hij als een expert. Die visplek was ook favoriet bij twee vrachtwagenchauffeurs die hun vrije dag daar besteedden aan het vissen op brasem. Zij konden er wat van. U weet wel zo’n zinkende brulboei als dobber en maar voeren met halve wittebroden, doorweekt en vermengd met havermoutvlokken. In de regel vingen ze niet veel maar het waren wel kanjers van brasems. Dhr, N. moest het hebben van het aantal. Meestal voorns en echt niet van die hele grote.

Op een dag verschijnt er een jongeman in een hele dure auto. Die jongen keek eens een poosje en raakte zowaar enthousiast vooral omdat die chauffeurs op dat moment aardig vis vingen. N. ving totaal niets. De week daarop was N samen met z’n gezin op de visplek. De chauffeurs deden weer hun best en zowaar de jongeman kwam met een nog mooiere auto (cabrio, was van z’n moeder zei hij). Hij had een vrij zware hengel gekocht voor de brasem. Pech, maar de brasem deed het die dag niet. N. daarentegen zat voorn te vangen bij het leven.
Drie deeltjes van z’n hengel en kort op de kant. Het hield niet op.

Een week later vrijwel hetzelfde verhaal. Het was alleen veel drukker door de vakantietijd. De jongeman verscheen weer met een heel dure auto (was van z’n vader zei hij). De auto werd opzichtig geparkeerd en hij toonde met veel trots de nieuwe hengel die hij had gekocht. Een lichte vijfdelige telescopische hengel voor op de voorn. Hij had gekozen voor telescopisch want dan hoefde hij niet steeds een deel af te koppelen. N. moest alleen even helpen met het maken van het tuig. Hij met de nodige show de doppen van de hengel verwijderd en met een zwaai moest de hengel klaar zijn. Zo gezegd zo gedaan doch met de verkeerde kant naar het water en met een gezapige floep gleden de losse delen het kanaal in. Het huilen stond hem nader dan het lachen. Hij ging nog in z’n onderbroekje het water in, kon echter maar twee delen van de hengel vinden. Hij verdween vrijwel direct.

Jaren later troffen N. en die –inmiddels meneer– elkaar bij toeval bij het vliegvissen in de vijvers van de Eemhof. Het ging ongeveer zo van –hé ken ik u niet ergens van?- . Het bleek inderdaad zo te zijn. Veel hadden ze eigenlijk niet te bespreken. N. durfde niet te gokken welke auto nu in beeld moest zijn. Er stonden wel meer zeer dure auto’s op de parkeerplaats.
Wel moest N. toegeven dat die meneer verrekte goed met de vliegenhengel overweg kon. Hij ving tenminste behoorlijk forel.

© Joop P.L.van Kasteren/ Redactie deforelvisser.com